De belangrijkste bezienswaardigheid van Tournus is de Saint-Philibert. In 2019 wordt gevierd dat deze romaanse abdijkerk 1000 jaar geleden werd gewijd door de bisschoppen van Chalon en Mâcon. Om exact te zijn: op 29 augustus 1019. In feite gaat de oorsprong van de kerk veel verder terug. Vanaf de zesde eeuw ontwikkelt zich een belangrijke kloosterlocatie rond de relikwieën van een van de eerste Bourgondische martelaren, Saint Valérien.

Valérien was een christelijke Galliër die op deze plek in Tournus werd onthoofd. Toch draagt de abdijkerk niet de naam van deze martelaar uit de regio. Dat komt omdat er een tweede martelaar en heilige in het spel is. En wel Saint Philibert. Philibert stichtte een abdij in Jumièges en een in Noirmoutier. De monniken uit Noirmoutier namen bij hun vlucht voor de Noormannen in 875 de relieken van Saint-Philibert mee. Deze monniken vestigden zich in Tournus. En dus ‘wonen’ nu de twee heiligen samen in de abdijkerk van Tournus: de crypte is gewijd aan Saint-Valérien en de kerk aan Saint-Philibert. De crypte is veel ouder dan de kerk en vormt eigenlijk een soort ‘kerk’ onder de kerk. Dat komt door de slanke pijlers en de kooromgang met straalkapellen.

Toppunt van romaanse bouwkunst

Het voormalige benedictijnenklooster van Tournus en de abdijkerk van Saint-Philibert trekken jaarlijks ongeveer 250.000 bezoekers. Deze schatting is overigens gebaseerd op het aantal verkochte kaarsen. Een behoorlijk aantal bezoekers, zeker gezien het inwonertal van Tournus dat rond de 7500 schommelt.

Tournus_Saint_Philibert

Fotobron: Wikipedia

Maar waarom is deze kerk nou zo bijzonder? Dat komt omdat na een brand in 1007 de reconstructie van de abdijkerk anders werd uitgevoerd. De architecten van die tijd maakten gebruik van de stevigheid van de nog steeds staande voorbeuk om een opeenvolging van dwarskolommen te bouwen. Deze dwarskolommen leunden op elkaar. Daardoor werden grotere openingen mogelijk zonder afbreuk te doen aan de sterkte van het gebouw. Dit zelfdragende gewelf maakte grotere vensters mogelijk. De kerk is daardoor veel lichter dan gebruikelijk bij romaanse kerken.

De Saint-Philibert verdient een plaats naast de bekende andere grote romaanse abdij, namelijk die van Cluny. De grote troef van Tournus is de uitstekende staat waarin het abdijcomplex verkeert. Daardoor kun je je het leven van de benedictijner monniken in de middeleeuwen goed voorstellen. Kortom, een bijzondere kerk. Sinds 2014 loopt een campagne voor opname van de Saint-Philibert op de UNESCO-werelderfgoedlijst. Het is natuurlijk helemaal bijzonder dat de kerk dit jaar 1000 kaarsjes mag uitblazen op de verjaarstaart. Niets vergeleken met de 250.000 kaarsen die jaarlijks worden opgestoken in de kerk. En sinds het drama met de Notre-Dame moeten we daaraan wel de waarschuwing toevoegen om voorzichtig te zijn met vuur. Een gewijde geschiedenis van 1000 jaar willen we natuurlijk niet in vlammen zien opgaan.